Belgie aan bakboord
Vrijdag 31 oktober, ’s morgens om 4 uur, vertrokken we uit Vlissingen. In het donker voeren we de Westerschelde over met véél scheepvaartverkeer. We werden begeleid door ‘Centrale Vlissingen’. Opeens riepen zij ons op: ‘Sally Lightfoot, waar wilt U heen. Wilt U droogvallen?’. ’Nee hoor, we willen ruim buiten de scheepvaartroute varen. Dank voor U oplettendheid’. Het was helder weer met een koude oostenwind. De zee was hobbelig. We zeilden aanvankelijk op de genua, later op alleen het grootzeil, want het ging steeds bijna pal voor de wind. Petra werd zeeziek maar dat deed niets af aan het supergevoel over die eerste dag. We hesen de Belgische gastenvlag en streken die een paar uur later weer. Van België zagen we alleen de met grijze badplaats bouwblokken afgewisselde duinen.
Voor zonsondergang bereikten we, moe maar voldaan, Duinkerken met de Franse gastenvlag in het stuurboord want. Om 19.00 uur gingen we ter kooi om niet meer op te staan voor de volgende ochtend. Uitgeslapen verkenden we daarop Duinkerken. We bleken te laat te zijn voor het museum dat gewijd is aan de evacuatie van 400.000 geallieerden. Aan het begin van WOII, werden zij in tien dagen op alles wat destijds maar drijven kon naar Engeland vervoerd. Duinkerken is één memorial voor oorlogsactiviteiten. Voor vertrekt de volgende dag, bezochten we het museum alsnog. Het was eigenlijk een heel deprimerende ervaring, al die miljoenen militairen en al die gesneuvelden. Bij laatste controle voor vertrek bleek dat we een denkfout hadden gemaakt. Hier geldt niet zomaar: na hoogwater ebstroom! De leeglopende Noordzee duwt heel lang door waardoor we pas veel later stroom mee zouden hebben. We bleken daarom te laat voor het gunstigste moment van vertrek en kregen dus een extra dag rust.
Op maandag 3 november vertrokken we, op een uitstekend weerbericht, 5 uur voor hoogwater. Eenmaal buiten bleek het heiig, het zicht was net een km (0,7 mijl). We schrokken toen we voor het eerst de misthoorn hoorden van een zichtbaar vrachtschip. Deden we iets fout? Nee, dus. Het schip gaf gewoon de verplichte misthoornsignalen. Het ging pal voor het lapje, op een nog knobbeliger zee dan op dag 1. De golven kwamen van opzij. We rolden van bak- naar stuurboord. De zeilen sloegen verschrikkelijk. Het laatste uur kregen we de stroom tegen. Bij het strijken van het grootzeil merkten we dat de bovenste zeillat half naar voren uitstak. Heel voorzichtig haalden we het zeil neer. De stiknaad van de zeillatzak bleek losgescheurd. Onze eerste averij was gelukkig zeer overzichtelijk. Bij Calais kregen we te maken met semaforen, een soort stoplichten bij de ingang van de haven. We moesten wachten want er kwamen joekels van ferry’s naar buiten. Het was heerlijk om daarna, met groen licht weer in ‘rustig water’ terecht te komen.
Op dinsdag 4 november was er dichte mist, dus we hoefden zelfs de kliffen niet te bezoeken! We maakten een wandeling door de stad, kregen een rondleiding door het stadhuis en zagen een prachtig monument van Rodin van zes mannen die hun leven offerden voor de stad (1524). De dag erop bezochten we het musée de la guerre. Wat een aanvallen en bombardementen heeft Calais achter de kiezen. Het hoogtepunt van ons bezoek aan Calais was de Phare de Calais, de vuurtoren. Petra bediende daar voor het eerst een sextant. Het uitzicht vanaf 58 mtr was prachtig. ’s Avonds kochten we in de watersportwinkel op het haventerrein spullen om het zeil te repareren en dat heeft Dick ’s avonds in het donker nog gedaan. Ter gelegenheid van de verjaardag van Petra’s broer probeerden we onze Iridium satelliettelefoon (aangeschaft voor noodgevallen op open zee) uit. Het werkte feilloos. Het weerbericht voor donderdag bleek goed.
Eenmaal op pad op donderdag 6 augustus, was de wind matig en tegen. We motorden dus naar de volgende halte, Boulogne-sur-Mer. We passeerden de in lichte nevelen gehulde kapen Blanc Nez en Gris Nez. Er voeren heel veel schepen door dit smalste deel van het Kanaal. Bij binnenkomst in Boulogne hadden we een heerlijk gevoel: we hadden de smalle doorvaart van La Manche achter de rug. Bij het aanleggen hielp een Nederlander die ons ’s avonds uitgenodigde voor een glas wijn op zijn schip. Onze eerste ontmoeting met yachties. Hij en zijn vrouw bleken ook net vertrokken voor een reis van onbepaalde tijd. De dag erop sjouwden we rond door het ’ville fortifiée’ en ’s avonds kwamen onze kersverse vrienden Adam en Birgit van de ‘Perlita Negra’ op tegenbezoek.
We zijn zo blij dat we op weg zijn!!!








