Sally Lightfoot

Vogelprobleem: Veer

We krijgen bezoek van een minuscuul vogeltje. Zijn bruuske landing aan dek heeft veel weg van een geforceerde stranding. Esther ziet gelijk dat er geen grammetje eetbaars onder dat verendek schuilt en adopteert het scharminkel. Ze doopt hem Veer. Hij is duidelijk de uitputting nabij en op zoek naar beschutting. Veer kruipt door het raampje van de kuip naar de achterhut en deelt een lekker warm bed met Joanne. Borris en Esther zetten alles op alles om het Veer naar de zin te maken. Dopjes water, kruimeltjes brood, bemoedigende woorden, het mag niet baten. Veers toestand verslechtert met het uur en na ruim een halve dag blaast hij zijn laatste adem uit.

Wat te doen met het stoffelijk overschot? Het protocol ‘Lijk aan Boord’, verplichte kost op de zeevaartschool, blijkt onvindbaar, dus we moeten handelen naar beste eer en geweten. Borris en Esther smoezelen over begraven, maar daarvoor varen we te ver buitengaats. Bovendien, ze zien ons komen in Somalië. En om het ontzielde vogeltje in ons vriezertje te leggen en het in Kenia aan de betreffende autoriteiten over te dragen, is vragen om bureaucratische rompslomp. Straks moeten we beambten omkopen om Veer onder de zoden te krijgen. Nee, het wordt, heel educatief, een zeemansgraf. Omdat we zijn nationaliteit niet konden achterhalen, leggen we het door rigor mortis verstarde diertje onder de gele quarantaine vlag. De hoes van de cd Naar huis van Acda en de Munnik dient als plank. Na wat ingetogen liederen vraag ik het woord. Je bent kapitein of je bent het niet. ‘We nemen vandaag, helaas veel te vroeg, afscheid van een goede zeeman. Hij kwam als vreemde vogel, hij gaat als dierbare vriend. We zullen hem missen. Dag Veer.’ En na het onvermijdelijke ‘een, twee, drie, in godsnaam’ glijdt Veer tussen vlag en cd-hoes uit. Hij verdwijnt met een bescheiden plons in de Indische Oceaan. Tijd voor koffie en cake.