Sally Lightfoot

Water en diesel

Net nadat we de scheepvaart route zijn overgestoken, draait de wind naar het zuiden. We voeren onder de Zuid Engelse kust heerlijk op vlak water onder de hoge wal en dat doen we nu bij de Belgische kust weer. Voor de grap inventariseren we eens de ons resterende hoeveelheid drinkwater en diesel. Terwijl Duco op de metertjes kijkt en buiten de inhoud van de in het gangboord staande jerrycans opneemt, praat ik Dick bij.

‘Zoals je weet heeft Sally Lightfoot geen watermaker. Bij de voorbereiding was essentieel het antwoord op de vraag of we genoeg water konden meenemen om zonder tussenstop naar Nederland te varen. Er gaat zeshonderd twintig liter in de tanks. We konden verder twaalf jerries van twintig liter meenemen. Dat maakte achthonderd zestig liter. Hoeveel zoet water gebruiken drie mannen in acht weken? Zou die achthonderd zestig liter in zesenvijftig dagen voldoende zijn. Dat is vijftien liter per dag, vijf liter per persoon. Daarmee moesten we koken, wassen en we moesten ervan drinken. Als we ons zouden wassen en de afwas zouden doen met zoutwater en met heel weinig zoet water zouden afspoelen en bij het koken zoveel mogelijk zoutwater zouden gebruiken, moest het lukken. Maar het was krap. We namen daarom nog zestig flessen van anderhalve liter bronwater mee. Daarmee hadden we bij vertrek negenhonderd vijftig liter drinkwater aan boord.

In plaats van melkpoeder namen we zestig liter UHT melk mee. Zo hoefden we geen water te gebruiken voor melk en yoghurt. We rekenden er niet op maar we verwachtten onderweg regenwater op te kunnen vangen. Na zesentwintig dagen belandden we in de Doldrums. We hadden toen tweehonderd liter verbruikt, iets minder dan acht liter met z’n drieën per dag. Tot dan hadden we de flessen nog niet aangeslagen. We wilden eerst tweehonderd veertig liter uit de tanks opmaken zodat de inhoud van de jerries kon worden overgeheveld. Die jerries stonden in de tropische zon en dat kon de kwaliteit niet ten goede komen. Zover kwam het evenwel niet.

Tijdens de stortbuien in de Doldrums vulden we de tanks namelijk weer tot de nok toe bij. Toen hadden we weer negenhonderd vijftig liter. In plaats van vijf hadden we opeens negen liter per persoon per dag voor het resterende gedeelte van de tocht. Op Terceira hebben we daarom niet eens water bijgevuld.’ Duco is ondertussen weer binnen. Hij zit op een kladje te rekenen en meldt even later dat we nog vijfhonderd liter water aan boord hebben. Daarmee hebben we gemiddeld sinds de Doldrums twaalf liter met z’n drieën per dag verbruikt.

‘En de diesel, hoe zit het daarmee,’ wil Dick weten. Duco meldt dat we nog zeker driehonderd liter aan boord hebben. Dick weet dat er in totaal vierhonderd liter in de dieseltanks gaan. Hij staat versteld. ‘Hebben jullie maar honderd liter verbruikt?’ Zo makkelijk is het nou ook weer niet. Ik licht toe. ‘Bij de planning vroegen we ons af hoeveel diesel we nodig hadden. Waar hadden we diesel voor nodig? Dagelijks zou er stroom gedraaid moeten worden om de accu’s te laden. We moesten door de Doldrums, mogelijk een stuk door het Azoren hoog en wellicht zouden we op het laatste stuk door windstiltes moeten motoren.

In de tanks gaan inderdaad vierhonderd liter. We konden daarnaast tien jerries van twintig liter veilig stuwen. Dat maakt zeshonderd liter. Dagelijks anderhalf uur stroom draaien, zo berekenden we, zou op zestig dagen ongeveer honderd liter moeten kosten. Voor de Doldrums calculeerden we maximaal tweehonderd mijl. Op achttienhonderd toeren verbruikt de motor drie liter per uur. De snelheid zou dan op tenminste vijf knopen liggen. Dat zou betekenen dat we veertig uur door de Doldrums zouden motoren. Dat maakte honderd twintig liter. Voor de regio rond de Azoren rekenen we driehonderd mijl, zestig uur motoren. Dat kwam op honderd tachtig liter. Verder konden we niet begroten.

Het ingeschatte verbruik kwam op vierhonderd liter. Dan zou resteren tweehonderd liter. Dat zou ons een actieradius geven van maximaal driehonderd vijftig mijl, voor het Kanaal, noodgevallen als ontmasting, medische incidenten, en wat niet al. Dat vonden we niet heel ruim, maar het moest maar. We zouden zo zuinig mogelijk doen en daarmee onze actieradius voor noodgevallen hopelijk uitbreiden.’

Duco heeft koortsachtig in het logboek zitten bladeren en weer zitten rekenen. Trots meldt hij nu, ‘We hebben nu bijna honderd veertig motoruren op de teller staan. De bulk daarvan zit in het stroomdraaien. Uiteindelijk motorden we in vijftien uur door de Doldrums. Daarna hoefden we twaalf dagen geen stroom te draaien omdat het windgenerator in het aandewindse rak voldoende stroom genereerde.’ Dat waren inderdaad geruststellende besparingen, herinner ik me. Toch bleef stroom een stress factor. Een lampje dat onnodig brandde, de koelkast die te lang open stond, de radar die niet op standby werd gezet terwijl niemand er naar keek, niet strikt noodzakelijke email verkeer, allemaal onnodige liters diesel. Liters die ik liever had gespaard voor het noodgeval dat zich gelukkig niet heeft voorgedaan.

Deel met anderen:
  • Digg
  • Facebook
  • Google
  • LinkedIn
  • MySpace
  • NuJIJ
  • StumbleUpon
  • TwitThis